Zijn werk in Congo

Yoors beschouwde zijn werk in Congo als een belangrijk onderdeel van zijn internationale oeuvre, dat in totaal meer dan 400 glasramen beslaat.

Elisabethville

In de jaren 1930 realiseerde Eugeen Yoors een van zijn meest ambitieuze overzeese projecten: een monumentale reeks brandglasramen voor de Mater Dei-kapel van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria in Elisabethville, het huidige Lubumbashi in Congo.

Het nieuwe "brandglaspoëem" reisde van Antwerpen naar Katanga en leeft tot vandaag voort in de herinnering én in onverwachte beelden van het vroegere Marie‑José‑instituut.

Zonnefresko’s

Een moderne kapel tusschen wuivende boomen, onder de Kongoleeschen hemel, en dáárin de gebrandschilderde ramen van Yoors! Als men de ogen sluit en heel stil blijft, kan men het zich voorstellen: een blank, langwerpig gebouw, dertig meter diep en tien meter hoog.

Op zes meter van den grond, rondom de kapel, is er een fries van glas met engelenbewaarders die, in hun vaart, de hunkerende zielen als meerukken naar het tabernakel. Beide figuren zijn vermiljoen rood tegenover een oranje achtergrond. Zoo heeft Yoors, op zijn manier, "den droom der grote fresko schilders" mogen verwezenlijken. "Groote vlakken vol zongetover in de binnenruimte, opdat de ruimte‑schepping der architectuur haar karakter, zin en verhevenheid van de zonnefresko's krijge." (Verschaeve).

In het koor zijn zes ramen van vijf meter hoog. Zes aartsengelen, met het vlammend zwaard in de hand, houden de wacht bij het Allerheiligste, goddelijkenschap en middelpunt van de kerk. Hun ogen zijn geloken als verblind door het licht.

Even hoog, doch zes meter breed, is het raam dat al zijn goudpracht over het altaar giet: het stelt Onze-Lieve-Vrouw voor met het Goddelijke Kind. Maria draagt de koningkroon en is in waarheid, "de Vrouw met het Licht omhuld" waarover gesproken wordt in de Heilige Schrift. Zij vertrapt de slang, die zich ten verderf rond de wereld slingert, terwijl als laaiende vlammen, uit alle richtingen, de engelen naar haar toeschieten.

Wat een dynamische kracht gaat er van uit!

Bron: Voorbereidende notities voor een artikel van Betsie Hollants in De Standaard.

Lofzang in 1935

Bron: Caritas.

  • De Zusters van Liefde lieten in Elisabethville de moderne kapel Mater Dei bouwen.
  • Het sobere gebouw van baksteen, beton en wit cement combineert eenvoud met grootsheid.
  • De kapel werd op 25 maart 1935 door Monseigneur de Hemptinne ingewijd.
  • Binnen leiden architectuur, glas-in-lood en licht de aandacht telkens naar het altaar.
  • De ramen van Eugeen Yoors tonen engelen, aartsengelen en opstijgende zielen.
  • In het koor staat Maria als Mater Dei centraal, terwijl zij het Christuskind aanbiedt.
  • Het altaar van zwart marmer en roze onyx bevat rijke eucharistische symboliek.
  • Doorheen de dag verandert het tropische zonlicht voortdurend de kleuren en sfeer.
  • Zo wordt de kapel voorgesteld als een levend gebed en een verbinding tussen aarde en God.
  • Zuster Tharsicius besluit dat Mater Dei een volmaakt voorbeeld is van moderne religieuze kunst.

 

Lichtsymfonie

De glas-in-loodramen van Eugeen Yoors in de "Mater Dei"-kapel vormen een doordacht theologisch geheel waarin licht, kleur en opwaartse beweging centraal staan. Ze zijn opgebouwd uit drie grote thematische delen:

  • De Zijramen (Het Schip): Aan weerszijden van de kapel hangen zes grote ramen met een herhalend motief. Tegen een lichtgouden en roodbruine achtergrond tonen ze telkens een engel die een menselijke ziel meevoert in een opwaartse vlucht naar het altaar en het goddelijke licht.
  • De Koorramen: In de wanden van het heiligdom bevinden zich zes hoge, brede ramen. Hierop zijn zes diep in gedachten verzonken aartsengelen afgebeeld als bewakers van het altaar, elk met een zwaard van licht in de rechterhand. Ze zijn uitgevoerd in krachtige, mystieke kleuren zoals dieporanje, olijfgroen, vurig rood en paars.
  • Het Hoofdvenster (Achter het altaar): Dit is een immens monumentaal glasraam waarin Maria als Mater Dei (Moeder Gods) verschijnt. Zij draagt een koninklijke pij, verplettert de slang onder haar voet en houdt het vlammende goud-oranje-rode licht van het Goddelijke Kind vast. Rondom haar snellen serafijnen met vlammenvleugels toe.

Het unieke aan Yoors' ontwerp is dat de felle Afrikaanse zon gedurende de dag door de ramen schijnt, waardoor de felle kleuren (geel, oranje, rood en mauve) als een dynamisch "orkest van lofprijzing" over de muren en vloeren bewegen.

Lubumbashi

In 2015 vroeg Jan Van Impe zich af of de Art Deco‑kapel in Lubumbashi, met glasramen van Eugeen Yoors en gebouwd door Flor Van Reeth, nog bestond. Omdat er nergens informatie te vinden was, lokaliseerde hij de kapel via een reisgids uit 1952 en Google Earth. Fotografe Brigitte Meuwissen volgde zijn aanwijzingen ter plaatse en ontdekte dat de kapel nog intact was, met prachtige glasramen in een lichtblauw coloriet dat aangepast lijkt aan het Congolese licht — een opmerkelijk goed bewaard Gesamtkunstwerk dat generaties Vlamingen en Congolezen hebben gekoesterd. 

Bron: Het Angelus, Nieuwsbrief 23 Jaargang 7 - maart 2016

In augustus 2026 reisde Johan Behets door Congo en bezocht er eveneens de Mater Dei‑kapel. Hij sprak er met zuster Jeanne en mevrouw Charlotte, die nog herinneringen hadden aan de periode van de Zusters van Liefde van Gent. Deze zusters waren actief in het Marie‑José‑instituut en in het ziekenhuis Koning Elisabeth.

Hij maakte nieuwe foto’s en filmpje van zowel het interieur als de omgeving rond de kapel.

In een YouTube‑filmpje uit 2022 duiken rond 1'50'' beelden op van de kapel van het Lycée Tuendelee, het vroegere Institut Marie‑José.  De video toont eventjes de glasramen van Yoors — een zeldzame blik op zijn werk in Katanga, bijna negentig jaar na de installatie.

In een ander YouTube‑filmpje, opgenomen tijdens de paasmis van 2022, wordt dezelfde kapel aangeduid als de Mater Dei-kerk.

In dit filmpje worden bovendien de prachtige kleuren van de glasramen bijzonder mooi weergegeven, waardoor Yoors’ "zonnefresko’s" opnieuw tot leven komen.

Zo blijft Yoors’ werk in Congo een stille getuige van een uitzonderlijke artistieke ontmoeting tussen Vlaanderen en Katanga.

Jadotville, het huidige Likasi

In Likasi (het vroegere Jadotville), op ongeveer 120 km ten noordwesten van Lubumbashi, waren de Zusters van Liefde van Jezus en Maria actief, vooral in de wijk Panda.

In hun klooster werden in 1936 ook glasramen van Yoors geplaatst. Het klooster bleef eigendom van de congregatie tot september 1965. Daarna werd het niet langer door de Zusters van Liefde JM beheerd.

In het archief van de Zusters van Liefde JM in Gent worden twee foto's bewaard waarop zowel het gebouw als de glasramen te zien zijn.

In het KADOC worden de kartons bewaard voor de glasramen van de kloosterkapel met voorstelling van 'Onze‑Lieve‑Vrouw', 'Heilig Hart van Jezus', 'H. Bernardus' en 'Sint‑Vincentius a Paulo'.

In de Sint‑Jozefparochie (Saint Joseph) in de wijk Panda is de Baskische François al decennia de patriarch. Hij herinnert zich hoe hij in 1964 een Belgische Benedictijnse priester ontmoette, op het moment dat veel Belgische religieuzen het land moesten verlaten.

Sinds 1965 dragen de Zusters Dominicanessen zorg voor de kapel. Na contact met zuster Bénédicte in Likasi werd duidelijk dat de kloosterkapel in goede staat is en dat er nog twee glasramen aanwezig zijn in de zijgevels.

De glasramen vooraan, bij het altaar, zijn vervangen door een nis met een standbeeld. Maar in de zijgevels schitteren de glasramen met H. Bernardus en Sint‑Vincentius a Paulo nog steeds - en ze kunnen zelfs opendraaien.

Waar bevinden de verdwenen glasramen met de voorstellingen van Onze‑Lieve‑Vrouw en het Heilig Hart van Jezus zich vandaag?

Onderstaande foto met onderschrift "Une église à Panda (Jadotville) au début de la colonisation" is in feite de kerk in Lubumbashi.

(Bron) (Ook)

Kerk Congo

Meer weten over de Zusters van Liefde van Jezus en Maria in Katanga?

Scriptie van Nele Verhoeven (2003).

De Zusters van Liefde van Jezus en Maria in Kongo: een studie van hun ervaringen tijdens de woelige jaren van de onafhankelijkheid (1955-1965).

 

Missies van de Zusters van Liefde JM in Katanga

Elisabethstad (Lubumbashi) – vanaf 1911

De Union Minière du Haut‑Katanga (UMHK) vroeg de Zusters van Liefde om mee te werken aan haar sociale politiek voor arbeiders en hun gezinnen. Daardoor ontstonden drie posten:

  • Sint‑Albert (1911–1982) – missie voor blanken, met hospitaal, lagere school, middelbare school en normaalschool.
  • Charles Lwanga (1925–…) – missie voor zwarten, met hospitaal, dispensarium, kleuter‑, lagere en middelbare school, en het Werk voor de Bescherming van het Zwarte Kind.
  • Sint‑Elooi (1926–1931, heropend 1947–…) – gemengde post met hospitaal, dispensarium, lagere school en later normaalschool, noviciaat en verpleegstersschool.

Deze drie posten vormden samen een groot sociaal‑educatief netwerk in de industriestad.

Likasi (Panda / Jadotstad) – 1927–1965

Likasi groeide vanaf 1921 uit tot een belangrijk industrieel centrum van de UMHK. De Benedictijnen stichtten er een missiepost, gevolgd door de Benedictinessen.

In 1927 kwamen de Zusters van Liefde JM erbij. Hun werk omvatte:

  • ziekenzorg voor blanken en zwarten
  • het Werk voor de Bescherming van het Zwarte Kind
  • het Werk voor Vrouwen en Kinderen van de CCFK
  • later een materniteit, lagere school en huishoudschool voor zwarten

Door de onrust tijdens en na de onafhankelijkheid werd de situatie onhoudbaar. De missiepost van Likasi sloot definitief in 1965.

Kasenga – vanaf 1936

Kasenga werd gesticht door de Benedictijnen (1923). De Zusters van Liefde JM kwamen er in 1936 en bouwden een grote missie uit met:

  • dispensarium en hospitaal
  • zuigelingenzorg (“Werk van de Melkdruppel”)
  • lagere school
  • werkatelier voor zwarten
  • noviciaat
  • later een huishoudschool (jaren ’50)
  • middelbare school (1964)

Kasenga was financieel afhankelijk van de rijkere posten in Elisabethstad.