Flor Van Reeth en Eugeen Yoors - Herman Deckers
Bron: Deckers, Herman, "De Pelgrimtentoonstelling 1927", Verhandelingen van de Algemene Katholieke Vlaamsche Hoogeschooluitbreiding, Jaargang 24, nr. 10, december 1927, Verhandeling nr. 257, pp. 19–22
Sursum Corda! (Verheft uw hart!) Wie zegde daar dat Vlaanderens tijd voorbij was? Wij zijn in de Vlaamsche Grootstad? Overal snelle jacht, ondergrondsch gedommel, razende schichten gelijkvloers, geronk daarboven. Heftig gebel, gebrul, gesnor langs alle kanten. Bewegende reklamen en luidsprekers, gespannen aangezichten, snelle cerebrale menschen. Te midden van dat gejoel, halt! daar stompt Van Reeth's kathedraal haar beton gestampten toren, sterk, stoer en stout de stijle luchten in.
Halt! Daar koepelen klaar en koen zijn opgestapelde massas evenwichtig en rein, nerveus en gespierd in moderne lijnendweeperij, zijn koorgebouwen naar den droom daarboven.
Stap uit uw prachtlimousine, verlaat uw ijdel gezelschap, vergeet de bedwelmende film van gisterenavond en ga deemoedig in de zwartmarmeren ingang, buig het hoofd voor de zware profeten-beelden en kom dan in het huis der Eucharistie, losgerukt van den modernen wereldschen daver om uw ziel te baden in de atmosfeer van heiligheid die de moderne kunst hier geschapen heeft.
Van Kool tot Diamant! Zoo zou ik de Kerk der Opstanding willen synthetiseeren. Van den ingang in zwart marmer tot de ſonkelende gloed, de innerlijke lichtspelingen van het diamant. Want het koor is wel één juweel waar al de pracht van de Kerkelijke poëzie samengebracht is. Het is een mengeling van doorschijnende laliquewanden en brandende glasramen van Yoors in bonte opeenstapeling tot aan de sluitsteen van de geheele massa waar het beeld van God de Vader troont, omringd van aanbiddende Engelen.
Wie is het die zoo hoog gezeten
Zoo diep in 't grondelooze licht....
Het is mijn bedoeling niet, en de plaats ontbreekt ten andere, om hier een uiteenzetting te geven van al de bestanddeelen van de Kerk der Opstanding. Het is een vrucht van jaren studie, een volledige ineenstrengeling van al de eischen der liturgie en der kerkelijke symboliek van al de eischen van het moderne materiaal en de hedendaagsche kunstvormen, van al de eischen van den modernen mensch en de noodwendigheden van de huidige psychologie.
Want het valt niet te loochenen dat er een nieuwe mystiek ontstaan is, waarvan het Voorwerp onveranderlijk de Oneindige Eeuwige Godheid is, de maat onveranderlijk de onfaalbare leer der Katholieke Kerk en waarvan de vorm misschien nog meer dan in de middeleeuwen het schrijnend verlangen is van de menschelijke wereld-ziel naar dit onveranderlijk Voorwerp. Ik zeg schrijnend verlangen, omdat de mensch van de twintigste eeuw zich los te rukken heeft uit het intellectueele materialisme der negentiende, en ik zeg wereld-ziel, omdat wij allen wereldburgers zijn die onverpoosd, dag in dag uit, het leven medeleven van de gansche wereld. Brengt uw dagblad U elken morgen geen verre weerklank van het gebeuren over den ganschen aardbodem?
Van de ongeveer 150 glasramen, die in de Kerk der Opstanding moeten komen, heeft Eugeen Yoors een zestigtal ontwerpen in de Pelgrimtentoonstelling saamgebracht.
Eugeen Yoors heeft hier verwezenlijkt de rechtstreeksche eenvoudige, lineaire en kleurvlakkige uitdrukking van een geheel cyclus van het bovennatuurlijk leven saamgevat in het thema: de verrijzenis der ziel in Kristus.
Lineair en kleurvlakkig: Eugeen Yoors heeft een geniale vondst gedaan. Er is volkomen overeenstemming tusschen het glasramen materiaal en de moderne futuristische kunstvorm. Glasramen is futurisme au carré, zou ik zeggen.
Rechtstreeksch: Als groot-kunstenaar is het Eugeen Yoors ook mogelijk geweest het geestelijk leven der ziel uit te drukken in den versterkten vorm der strakke lijnen en der effen kleurenvlakken. Hetgeen voor anderen een moeilijkheid was is voor hem een vergemakkelijking geworden en een versteviging van het uitdrukkingsvermogen.
Eenvoudig: De Yoorsbeelden zijn gebracht tot een zeer klein getal elementen. Het zijn hyperconcentraties die volkomen passen aan den nood van synthesis van onze overladen hersens. Maar alles verliezende hebben ze alles gevonden. Met alle bijkomstigheden weg te laten zijn zij gekomen tot de verrukkelijke schoonheid van het primitieve, van een kleine Bernadette die haren rozenkrans bidt op de verlaten Massabielle rotsen, van een Heilige Theresia van Lisieux die uit liefde een spelde opraapt.
Als we Eugeen Yoors niet seffens verstaan dan is het omdat we te gewoon zijn ingewikkelde dingen te zien.
Zie de hoop, het beeld der ziel die zalig-lachend uit het graf ten hemel vliegt. De Profundis, de begravene wier wanhoopsgebed is verhoord geworden en die bestraald wordt door het licht uit den hooge.
Doch deze hyperconcentratie, dit ultra-moderne dat den eenvoud der primitieve schoorheid weergevonden heeft is de cristalisatie van vijf-en-twintig jaar onafgebroken inspanning eener loyale kunsteraarsziel die onafgewend de oogen is blijven richten op de leidende ster der schoonheid en eindelijk in dit Bethlehem zijner sobere, moderne, mystieke brandglazen is aangeland.